Er waren verschillende nationale teams die hem wilden hebben, en meer dan één zou hem graag hebben gehouden. Radu Burciu heeft echter voor België gekozen. Met nog enkele maanden te gaan tot het EMF EURO 2026 in Slowakije neemt de Roemeense coach de leiding over het Belgische nationale minivoetbalteam, met een duidelijk beeld van waar hij het team naartoe wil leiden.
Een parcours van het hoogste niveau
De naam Radu Burciu is geen onbekende voor liefhebbers van zaalvoetbal. Voordat hij plaatsnam op de trainersbank, maakte hij eerst naam als speler op het hoogste niveau: meervoudig Europees kampioen, winnaar van de Champions League en de Champions Cup. Een palmares dat voor zich spreekt en dat hem een natuurlijke autoriteit geeft wanneer hij de spelers in de kleedkamer toespreekt.
Na zijn carrièreswitch heeft hij vervolgens verschillende nationale teams gecoacht. Als voormalig bondscoach van Roemenië heeft hij ook de leiding gehad over de SOCCA-nationale teams van België en Ierland. Een zeldzame internationale ervaring, die hij vandaag ten dienste stelt van het Belgische project.
Gevraagd naar waar hij als trainer het meest trots op is, noemt hij zonder aarzelen twee resultaten die hij met Roemenië bij SOCCA heeft behaald: een derde plaats op het Europees kampioenschap en een vierde plaats op het wereldkampioenschap. Resultaten die meteen duidelijk maken op welk niveau de man zich bevindt die nu op de Belgische trainersbank zit.
Waarom België?
De keuze voor België is geen toeval. Burciu kent een groot deel van de groep al, omdat hij met deze spelers bij SOCCA België heeft samengewerkt. Juist deze vertrouwdheid heeft de doorslag gegeven bij zijn beslissing.
Ik ken deze ploeg; het is een sterke ploeg, een ploeg van hoge kwaliteit. Dat heeft me ervan overtuigd om me bij hen aan te sluiten. Toen ik ze ontdekte, wist ik dat ik met hen kon samenwerken en kon strijden om dit Europees kampioenschap te winnen.
De technicus had een strategie in gedachten. Toen hij de Belgische selectie bekeek, raakte hij er al snel van overtuigd dat hij die hier kon toepassen.
Een veeleisende filosofie
Op het veld pleit Burciu voor een alomvattende aanpak. Bij hem zijn er geen specialisten die zich tot één taak beperken: iedereen valt aan, iedereen verdedigt. Elke speler moet alle fasen van het spel beheersen, zowel in de aanval als in de verdediging.
De nieuwe bondscoach kondigt overigens tactische veranderingen aan ten opzichte van de vorige ploeg. Zijn overtuiging is simpel: met een zeer solide verdediging wordt het moeilijk om wedstrijden te verliezen. Op die basis gaat België verder bouwen.
Om succesvol te zijn in minivoetbal zijn er volgens hem twee eigenschappen die voorop staan: discipline en spelinzicht. Hij legt evenveel nadruk op het mentale aspect, dat hij als een van de doorslaggevende factoren beschouwt. Op cruciale momenten in een wedstrijd of toernooi, wanneer de druk het grootst is, maakt volgens hem het hoofd het verschil.
Zijn relatie tot de groep vat hij samen in een zin die veel zegt over zijn werkwijze:
Ik ben hier niet gekomen om hen te commanderen. Ik ben hier gekomen om hen te helpen. En samen moeten we hetzelfde doel nastreven: winnen.
Hoewel hij tactisch veeleisend is, omschrijft hij zichzelf ook als een coach die dicht bij zijn spelers staat en in staat is om, afhankelijk van de situatie, op beide manieren te werk te gaan. Zijn ideale team zou in drie woorden samengevat kunnen worden: intelligentie, inzet, discipline.
Het doel: het EMF EURO 2026, en daarna
Het directe doel staat vast. Voor het Europees kampioenschap in Slowakije wil Burciu op zijn minst een plaats in de top 4 behalen, en waarom zou hij niet meedingen naar de titel? Hij windt er geen doekjes om dat het een lastige opgave is: de voorbereidingstijd is kort. Maar over zijn ambitie bestaat geen enkele twijfel.
Zijn visie reikt overigens verder dan het toernooi in Slowakije. De bondscoach is van mening dat België de middelen heeft om in de nabije toekomst een titel te behalen, gedragen door echte technische kwaliteit en door intelligente spelers, van wie sommigen ervaring hebben met zaalvoetbal. Met een project dat over twee tot drie jaar is uitgestippeld, zegt hij ervan overtuigd te zijn dat België met iedereen kan concurreren. Zijn ambitie is duidelijk: van België een gevreesd team maken in Europa, en waarom niet ook wereldwijd.
Er is nog één laatste boodschap, gericht aan de supporters. Burciu belooft alles in het werk te stellen om bij elk evenement het meest competitieve team op te stellen. In ruil daarvoor vraagt hij om steun, zowel op sociale media als op de tribunes. Het nieuwe Belgische tijdperk is nog maar net begonnen.
